Logo Contaxus

Blogartikel

Het onoverzichtelijke woud aan renteaftrekbeperkingen in de vennootschapsbelasting

De troonrede en het daaropvolgende belastingplan 2018 wordt door velen getypeerd als beleidsarm. Dit is niet verbazingwekkend als men bedenkt dat Nederland getuige is van een recordpoging formeren en het demissionaire kabinet Rutte II slechts op de winkel mag passen. Uit de formatiegesprekken druppelen soms enkele nieuwe belastingplannen door. Zo vernamen we dat een vlaktaks ter sprake is gekomen en er wellicht een eenvoudiger belastingstelsel komt. Uiterlijk 1 januari 2019 moet Nederland uitvoering geven aan enkele in ATAD 1 (Anti Tax Avoidance Directive) opgenomen maatregelen, waaronder een renteaftrekbeperking. Wij verzoeken de formateurs om alvast na te denken om verschillende renteaftrekbeperkingsregelingen in de vennootschapsbelasting af te schaffen bij invoering van de nieuwe renteaftrekbeperking.

Renteaftrekbeperkingen

Er bestaat in de vennootschapsbelasting een vijftal wettelijke bepalingen waarbij de aftrek van rente wordt beperkt.

  1. In artikel 8b is het at arm’s length-beginsel opgenomen, dat excessieve renteaftrek in eerste instantie kan voorkomen door aanpassing naar een zakelijke hoogte van de rente.
  2. Artikel 10a beperkt de aftrek van rente op groepsleningen die verband houden met een aantal opgesomde rechtshandelingen.
  3. Artikel 10b bevat een aftrekbeperking voor langlopende laagrentende groepsleningen.
  4. Artikel 13l bevat een aftrekbeperking voor deelnemingsrente. De bepaling geldt zowel voor groepsrente als voor externe rente.
  5. Artikel 15ad bevat een overnameholdingbepaling die probeert te verhinderen dat in geval van een overname de overgenomen Nederlandse vennootschap haar eigen overname financiert.

Als we het onoverzichtelijke woud aan huidige renteaftrekbeperkingen in de vennootschapsbelasting beschouwen dan valt een aantal zaken op. Allereerst de constatering dat er geen overkoepelende ratio te achterhalen is voor welke gevallen de wetgever renteaftrek ongewenst vindt. Het betreft niet louter fraus-legisachtige situaties, want externe overnames vallen ook onder de artikelen 10a, 13l en 15ad. Verder betreft het niet louter rente op groepsleningen want de artikelen 13l en 15ad gelden ook voor rente op externe leningen. Het geheel leidt tot een ingewikkeld labyrint van wettelijke bepalingen die niet goed op elkaar zijn afgestemd. Al met al is niet duidelijk wat de wetgever ongewenste renteaftrek vindt. Het lijkt erop dat indien politieke commotie ontstaat omtrent een concreet geval met forse renteaftrek er een regeling wordt verzonnen.

ATAD

De nieuwe renteaftrekbeperking, zoals voorgeschreven in ATAD 1, is een nieuwe algehele renteaftrekbeperking die het bovenstaande woud (deels) overbodig maakt en zal daardoor een behoorlijke vereenvoudiging betekenen. Deze regeling beperkt de aftrek van netto rentelasten van de winst van vennootschappen tot 30 percent van de gecorrigeerde belastbare winst (EBITDA). Het gaat daarbij om de renten hoger dan 3 miljoen euro.

Ons voorstel

Het lijkt ons verstandig als het nieuwe kabinet de invoering van deze nieuwe renteaftrek beperkende maatregel als een kans aangrijpt om in ieder geval de artikelen 13l en 15ad te schrappen. Het feit dat de OESO en de Europese Unie dit type regeling onderschrijven als afdoende belastinggrondslagbescherming en het feit dat een dergelijke regeling momenteel reeds in Duitsland en andere landen als afdoende wordt gezien, betekent ons inziens dat Nederland in deze context ook hiermee kan voldoen.

Wat ons betreft zou de wetgever zelfs zo ver moeten gaan om artikel 10a af te schaffen. Dit artikel zal naar onze mening onder de hiervoor behandelde renteaftrekbeperkingsregeling gaan vallen, maar ook onder het algehele antimisbruik begrip dat naar aanleiding van ATAD 1 dient te worden ingevoerd.

De auteurs mr. M.J.C. Veerman RB en R.W. Snijders MSc zijn als belastingadviseur verbonden aan Contaxus Belastingadviseurs te Volendam

Geschreven door Marco Veerman

Marco studeerde Fiscale Economie aan de Hogeschool van Amsterdam (HES) en Fiscaal Recht aan de Universiteit van Tilburg (UvT). In 2008 heeft Marco de Beroepsopleiding tot Mediator aan het Amsterdams ADR Instituut succesvol afgerond en is actief als mediator. Vanaf 1996 tot 2001 is hij werkzaam geweest bij Andersen. Daarna als vennoot bij Contaxus Belastingadviseurs. Zijn werkzaamheden bestaan voornamelijk uit de advisering op het gebied van internationale en nationale vennootschapsbelasting. Marco is lid van het Register Belastingadviseurs (RB) en de Vereniging voor Fiscale Mediation (VFM).

25 september 2017